Hypotheekrenteaftrek na je online scheiding

Heb je een koopwoning? Dan kunnen de afspraken die je daarover maakt fiscale gevolgen hebben bij scheiding, zoals voor de hypotheekrenteaftrek en het eigenwoningforfait. Het eigenwoningforfait is een percentage van de WOZ-waarde dat je bij je aangifte moet opgeven (Meer informatie over het eigenwoningforfait op de website van de Belastingdienst)

Als je een koopwoning hebt, moet je daarover afspraken maken bij scheiding. Als één van jullie beiden in de woning blijft wonen, heeft dat gevolgen voor de hypotheekrenteaftrek. 

Wil je weten wat de mogelijkheden zijn voor jullie woning? Maak vrijblijvend een afspraak met een Independer hypotheekadviseur. Je kunt online een gratis belafspraak maken!

Samen eigenaar

Als je (ex-)partner in de woning blijft en je allebei eigenaar van de woning bent, moet je de woning gedurende twee jaar als eigen woning in je aangifte opgeven. Wat je precies moet opgeven ten aanzien van het eigenwoningforfait en de hypotheekrenteaftrek, hangt af van het aandeel in het eigendom van de woning en het aandeel in de schuld. Als je bijvoorbeeld voor 60% en je (ex-)partner voor 40% eigenaar is van de woning geldt het volgende. Jij kan dan voor de tijd dat je (ex-)partner in de woning woont, met een maximum van twee jaar, 60% van de hypotheekrente aftrekken. Voor het eigenwoningforfait geldt dat je bij deze eigendomsverdeling ook 60% van het eigenwoningforfait als inkomsten uit je eigen woning in de aangifte moet opgeven.

Stel jullie woning is € 200.000,- waard. Je hebt het eigenwoningforfait berekend op € 1500,- en de hypotheekrente is € 8000,-. Jij betaalt 60% en je (ex-)partner 40%. Dan vul je het volgende in bij je aangifte:

bij het onderdeel eigen woning (box 1):

  • jouw deel van het eigenwoningforfait. Dat is 60% van € 1500,-: € 900,- als inkomsten uit de woning
  • de door jou betaalde hypotheekrente. Dat is 60% van € 8000,-: € 4800,-. Dit bedrag kan je aftrekken als kosten van de woning.

Op de website van de Belastingdienst vindt je voorbeelden en een overzicht van alle situaties en aandachtspunten bij het invullen van de aangifte. Ook vindt je daar informatie over welk deel je moet opgeven als betaalde of ontvangen partneralimentatie.

Je (ex-) partner blijft in de woning ,maar jij bent de eigenaar

Als jij eigenaar van de woning bent en je (ex-)partner in de woning blijft wonen, moet je gedurende twee jaar het eigenwoningforfait blijven opgeven in je aangifte. De betaalde hypotheekrente kan je gedurende die tijd aftrekken. Dit heet de scheidingsregeling. Om hiervoor in aanmerking te komen gelden de volgende vereisten:

  • de woning is voor de achterblijver het hoofdverblijf
  • je moet het voorgaande jaar of een gedeelte daarvan fiscaal partner zijn geweest

Na twee jaar verandert dit: de rente is dan niet meer aftrekbaar. Ook hoef je dan het eigenwoningforfait niet meer op te geven. Vanaf dat moment moet je de gerealiseerde (fictieve) overwaarde op jouw deel van de woning opgeven in box 3.

Als je (ex-)partner in de woning blijft, is het van belang of hij of zij een vergoeding voor het gebruik van de woning betaalt. De lasten van de woning worden verdeeld in eigenaarslasten en gebruikerslasten.

Voorbeelden van eigenaarslasten zijn:

  • hypotheekaflossing
  • hypotheekrente
  • aanslag WOZ beschikking
  • opstalverzekering
  • inboedelverzekering
  • kosten voor onderhoud aan de woning

Voorbeelden van gebruikerslasten zijn:

  • kosten voor gas, water, licht
  • telefoon- en internetkosten
  • klein onderhoud

In de basis zijn de eigenaarslasten voor de eigenaar en de gebruikerslasten voor degene die in de woning blijft wonen. Je kan hier samen ook andere afspraken over maken.

Als je (ex-)partner geen vergoeding betaalt, kan je het eigenwoningforfait aftrekken als betaalde partneralimentatie. Als je (ex-)partner wel een vergoeding betaalt, mag dat niet. Op de website van de Belastingdienst vindt je meer informatie over wat je precies moet opgeven en af kunt trekken.

Verkoop van de woning

Ook als je samen beslist tot verkoop van de woning, heeft dat fiscale gevolgen. Dan rekenen jullie ieder het eigen deel van de overwaarde (de eigenwoningreserve) aan jezelf toe. Je krijgt dan te maken met de bijleenregeling. De bijleenregeling houdt in dat je de verkregen overwaarde moet herinvesteren, als je een nieuwe woning aanschaft. Als je binnen drie jaar na verkoop van het huis een nieuwe woning koopt, moet je de vrijgekomen overwaarde investeren in de aankoop van het nieuwe huis. Op die manier kom je in aanmerking voor hypotheekrenteaftrek. Als je besluit de overwaarde niet in een nieuwe woning te investeren, maar je verhuist wel binnen drie jaar, dan moet je de overwaarde in mindering brengen op de nieuw afgesloten hypotheek. De overwaarde valt dan als vermogen in box 3. (zie de rekenhulp bijleenregeling)

Als één van jullie beiden in de koopwoning blijft en het aandeel van de ander overneemt, verandert de eigenwoningreserve niet.

Meer informatie over de verschillende situaties en de fiscale gevolgen hiervan vindt je op de website van de Belastingdienst.